Buffercapaciteit is de hoeveelheid water die tijdelijk kan worden opgeslagen voordat het wordt afgevoerd, geïnfiltreerd of hergebruikt. In de context van regenwateropvang gaat het om de maximale hoeveelheid regenwater die een systeem, tank of infiltratievoorziening kan opvangen tijdens een bui.
Hoe groter de buffercapaciteit, hoe beter een systeem piekbuien kan opvangen zonder dat er wateroverlast ontstaat. Buffercapaciteit speelt een belangrijke rol bij nieuwbouw, klimaatadaptatie en bij het ontwerpen van regenwatersystemen.
Nederland krijgt steeds vaker te maken met korte, hevige regenbuien. In korte tijd valt veel neerslag, waardoor:
Wanneer een systeem onvoldoende buffercapaciteit heeft, kan het regenwater niet snel genoeg worden verwerkt. Het gevolg is overstort of wateroverlast.
Een goed ontworpen buffer:
Buffercapaciteit is dus de sleutel tot een klimaatbestendige oplossing.
De benodigde buffercapaciteit wordt bepaald op basis van een combinatie van oppervlak, neerslagintensiteit en afvoermogelijkheden. Het is geen standaardgetal, maar een berekening die afhankelijk is van de situatie.
Het totale oppervlak dat regenwater afvoert naar het systeem is de basis van de berekening. Dit is meestal het dakoppervlak, maar kan ook bestaan uit:
Hoe groter het aangesloten oppervlak, hoe groter de benodigde waterberging.
Gemeenten en waterschappen hanteren vaak een ontwerpnorm voor extreme buien. Dit wordt uitgedrukt in millimeters neerslag per vierkante meter in korte tijd.
Veelgebruikte normen zijn:
1 millimeter regen op 1 m² staat gelijk aan 1 liter water.
Dat maakt de berekening overzichtelijk.
Bijvoorbeeld:
In veel gemeenten wordt minimaal 40 mm berging gevraagd bij nieuwbouw.
Wanneer regenwater infiltreert in de bodem, speelt de doorlatendheid van de grond een grote rol.
Als de bodem het water langzaam opneemt, moet de tijdelijke buffer groter zijn om piekbelasting op te vangen. De buffercapaciteit moet dan het verschil overbruggen tussen wat er binnenkomt en wat er kan wegzakken. Meer over infiltratie bij diverse bodemsoorten lees je hier.
Bij systemen die regenwater hergebruiken, wordt de benodigde buffercapaciteit ook beïnvloed door het verbruik. Wordt het water gebruikt voor:
Dan wordt een deel van het water actief verbruikt, waardoor de tank sneller ruimte vrijmaakt. In dat geval kan de effectieve buffercapaciteit groter zijn dan alleen de statische tankinhoud.
Bij het ontwerpen van een systeem wordt vaak een veiligheidsmarge toegepast. Door klimaatverandering worden buien intensiever en korter, waardoor historische gemiddelden niet altijd meer voldoende zijn.
Een toekomstbestendige berekening houdt daarom rekening met:
Een systeem dat nu precies voldoet aan de minimale eis, kan over tien jaar tekortschieten.
De juiste waterberging hangt af van meerdere factoren: dakoppervlak, bodem, regelgeving en het gewenste gebruik. Twijfel je over de juiste capaciteit of wil je weten wat in jouw gemeente wordt gevraagd? We denken graag met je mee en geven vrijblijvend advies, afgestemd op jouw situatie.


Buffercapaciteit is de hoeveelheid regenwater die tijdelijk kan worden opgeslagen voordat het wordt afgevoerd, geïnfiltreerd of hergebruikt. Het bepaalt hoeveel water een systeem kan opvangen tijdens een hevige bui zonder dat er wateroverlast ontstaat.
Dat hangt af van het dakoppervlak en de neerslagnorm die wordt gehanteerd. Vaak wordt gerekend met 20 tot 40 millimeter per vierkante meter. Een dak van 100 m² bij een norm van 40 mm vraagt bijvoorbeeld om 4.000 liter buffercapaciteit.
In veel gemeenten wel. Gemeenten stellen vaak minimale eisen aan waterberging per perceel of per vierkante meter verhard oppervlak. Deze eisen staan meestal in het gemeentelijk rioleringsplan of het lokale klimaatadaptatiebeleid.
Als de buffer onvoldoende groot is, kan regenwater niet snel genoeg worden verwerkt. Dit kan leiden tot wateroverlast, overstort naar het riool of verminderde werking van infiltratievoorzieningen.
Bij goed doorlatende zandgrond infiltreert water sneller, waardoor de buffer kleiner kan zijn. Bij kleigrond of een hoge grondwaterstand is vaak meer buffercapaciteit nodig om piekbuien op te vangen.

